De filosofen Immanuel Kant en John Locke, staan lijnrecht tegenover elkaar als je kijkt naar hun visie over opvoeden.

Kant gelooft dat een kind wordt geboren met dierlijke instincten die door zijn omgeving gevormd wordt tot een volledig mens vol met potentie. Dit proces gaat gepaard met discipline en cultuur.

Locke ziet het kind bij geboorte als een onbeschreven blad (tabula rasa) en kneedbaar. Alle kennis van een mens is later verworven. Een kind moet je niet dwingen, maar juist uitlokken.

Stel je hebt de volgende casus: Pietje heeft geen zin om te oefenen voor zijn gitaarles.

Kant zou van mening zijn dat dat pietje gewoon moet leren, ook al is het niet leuk. Kinderen hebben baat bij regelmaat en discipline. Als je aandacht geeft aan het gezeur van Pietje, stimuleer je zijn negatieve gedrag. Weigert hij alsnog te oefenen, dan volgt er straf. Dat Pietje nu zo moeilijk doet, ligt aan de opvoeding.
Kinderen zijn in het begin ongeleide projectielen en zonder de juiste opvoeding blijven ze dit. Opvoeden hoeft niet altijd ‘leuk’ te zijn, maar kinderen hebben nu eenmaal baat bij regelmaat en structuur.
Als straf raadt Kant ‘het kweken van begrip’ aan: doet een kind iets wat jij niet leuk vindt, dan doe jij niet leuk tegen het kind. Hij is geen fan van straffen door bijvoorbeeld een kind naar zijn kamer te sturen. Want, door een kind naar zijn kamer te sturen omdat hij niet wilt leren, leert het kind alleen maar dat het gevolg van niet leren, straf is.
In plaats van dat het leert dat het bespelen van een instrument hem veel profijt kan opleveren in de toekomst. Praten, geduld en tijd zijn nodig om deze casus op te lossen. Het kweken van moreel besef is heel belangrijk in deze.

Soms zijn kinderen nu eenmaal lastig, zou Locke zeggen, ook dat gaat wel weer voorbij. Locke zou het enorm waarderen dat Pietje geïnteresseerd is in muziek en in gitaar spelen. Het beste was misschien geweest als Pietje eerst aan zijn ritme zou werken, door op dansles te gaan, voordat hij op gitaarles ging. Dit zou ook zijn houding ten goede komen, en een gezond lichaam is belangrijk.
Regels zijn minder belangrijk in de opvoeding. Kinderen kunnen die regels niet allemaal onthouden en je bent als opvoeder alleen maar bezig met politieagent spelen. Of je ziet ‘af en toe’ iets door de vingers, waardoor het kind jou niet meer als autoriteit ziet.
beter kun je het kind leren hoe het zich moet gedragen door gewoonten. De ouders van Pietje zouden iedere dag een kwartiertje met hem kunnen dansen! Zo krijgt hij er plezier in. Later zouden ze er wat bij kunnen trommelen en dan kan hij altijd nog overstappen naar gitaarles. Leren hoort leuk te zijn. En dat Pietje dit niet leuk vindt, komt waarschijnlijk door de manier waarop de lessen gegeven worden. Kinderen zijn nieuwsgierig! Als een kind ergens lol in heeft, is dwang helemaal niet nodig.

Welk standpunt spreekt jou het meeste aan? Wat kun je meenemen uit deze casus en kun je het zelf ook toepassen?


Bronnen: Filosofie van de opvoeding – Wikipedia, Jensen, S. & Meester, F. (2017) De Opvoeders, Wat filosofie de schipperende ouder kan leren. Hollands Diep